Onderbeensklachten
- Het onderbeen
- Zweepslag
- Stressfractuur
- Chronisch Compartimentsyndroom
- Scheenbeenirritatie (shin-splint)
- Kuitkrampen
Het onderbeen
Het onderbeen bestaat uit twee botten, het scheenbeen en het kuitbeen. Bij langdurige overbelasting van de onderbenen , of bij verkeerde belasting van de onderbenen, kunnen klachten optreden.

Een plotse heftige pijn in de kuit, vaak bij het afzetten, kan passen bij een zweepslag. Bij langdurige overbelasting kan een vermoeidheidsbreuk ontstaan, ook wel stressfractuur genoemd. Een breuk van het onderbeen kan natuurlijk ook optreden door een ongeval tijdens het sporten. Daarnaast zijn de spieren in het onderbeen door een aantal bindweefselschotten verdeeld in verschillende compartimenten. Als tijdens het belasten de spieren gaan zwellen, maar er door de bindweefselschotten te weinig ruimte is, kan er een zogenaamde chronisch compartimentsyndroom ontstaan. Irritatie aan de binnenzijde van het scheenbeen kan optreden na overbelasting, ter plaatse van de aanhechting van de spieren. Dit wordt ook wel shin splints genoemd.
Zweepslag
Een zweepslag verloopt vaak heel kenmerkend. U wilt afzetten voor een sprintje om net de bal te halen, en plots heeft u het gevoel alsof iets hards tegen uw kuit aankomt. Een bal bijvoorbeeld of, zoals de naam al aangeeft, een zweepslag. Er kan zelfs een hoorbaar knapje optreden. Direct voelt u een hevige, scherpe pijn, en kunt u uw been niet meer belasten. Een paar uur later krijgt u een zwelling en enkele dagen later ook een blauwe plek door een bloeduitstorting. De oorzaak van de hevige, scherpe pijn, is een spierscheuring in een (of meer) van de kuitspieren. Dit kan de hele spier zijn, maar ook enkele vezels ervan.

Het advies is om direct nadat het optreedt te koelen met ijs (gewikkeld in een handdoek, of ijsklontjes in een washand), een drukverband aan te leggen en het been hoog te leggen (dat wil zeggen, hoger dan de heup). De oorzaak van een zweepslag ligt vaak in een onvoldoende voorbereiding van de sporter door bijvoorbeeld een slechte warming-up, onvoldoende getraindheid of juist oververmoeidheid. Dit in combinatie met een heftige kracht op de kuitspier. Om uw lichaam de kans te geven de schade zo goed mogelijk te herstellen, is er een aantal dingen die u zelf kunt doen. Rust: geef het been de eerste dagen zoveel mogelijk rust. Dit zal geen enkele moeite kosten, aangezien bewegingen de eerste paar dagen nog te pijnlijk zijn. Houdt het been hoog. Voorzichtig oefenen: u kunt direct al wat gaan oefenen. Het is belangrijk dat u dit doet op geleide van de pijn, dat wil zeggen dat u alleen oefeningen doet waarbij u geen pijn heeft. Te snel belasten kan leiden tot een nieuwe zweepslag. Denk eraan dat de belastbaarheid van de spier is afgenomen door deze blessure. En ook al is de pijn misschien weg, de spier is nog niet maximaal hersteld. Begin dus langzaam met het opbouwen en uitbouwen van uw sportactiviteiten zodra u geen pijn meer ervaart. De revalidatie hiervan kan weken duren. Let op dat u niet te vroeg begint met belasten. Bij een zweepslag geldt dat u beter een week later kunt beginnen, dan een dag te vroeg.
Stressfractuur
Een veel voorkomende overbelastingsblessure bij lopen is een stressfractuur, ook wel vermoeidheidsbreuk genoemd. Stressfracturen ontstaan door een zich steeds herhalende grote spanning op een botstuk. Een stressfractuur komt het vaakst voor in het onderbeen met name in het scheenbeen bij hoogspringers en balletdansers, in het kuitbeen bij hardlopers en in de voorvoet bij militairen en wandelaars.
In het begin is er vaak een lichte pijn, die met name optreedt tijdens de landing. De pijn kan dan verergeren, waardoor de klachten zelfs in rust voorkomen. Er is geen sprake van een trauma.
Een stressfractuur is eigenlijk een overbelastingsblessure van het bots. Er is een steeds herhalende spanning op het bot zonder dat het bot (door rust) de kans krijgt om te herstellen. Hierbij treedt er een klein barstje of scheurtje op in het bot. Dit zit dan alleen aan de buitenzijde van het bot (de zogenaamde cortex), en niet zoals bij een echte botbreuk, door het hele bot heen.
Vaak is er een samenspel van factoren verantwoordelijk voor het ontstaan van een stressfractuur. Er is sprake van een te snelle opvoering van tempo en/of duur van de trainingen, of er wordt gelopen op een harde ondergrond in combinatie met slecht schokabsorberend schoeisel. Soms is er ook sprake van een standafwijking van de voet of een tekort aan spierkracht in de voet- en kuitspieren. Een stressfractuur kan daarnaast ook optreden omdat de botdichtheid verminderd is, wat je vaker bij vrouwen ziet.

De sportarts kan de blessure onderzoeken en meestal zo de diagnose stellen. Eventueel is er aanvullend onderzoek nodig middels een röntgenfoto of een botscan. Als er inderdaad sprake is van een stressfractuur, dan is relatieve rust van 6 tot 8 weken de aangewezen behandeling. Soms is het nodig om krukken te gebruiken. Wanneer tijdens de controle blijkt dat er geen sprake meer is van pijn, kan de belasting worden opgebouwd. Zijn er nog steeds klachten, dan wordt de rustperiode verlengd. Als u begint met belasten, dan is het belangrijk om voldoende rust te nemen om het bot te laten herstellen van de training. Daarnaast zal er gekeken worden naar de oorzaak van de blessure. Er zal worden gelet op het de houding, de beweeglijkheid van de gewrichten, het trainingsschema, het schoeisel en het voedingspatroon. Een stressfractuur geneest meestal goed en restloos, hoewel dat soms wel lang kan duren.
Chronisch compartimentsyndroom
Spieren en spiergroepen in het onderbeen worden omgeven door bindweefselschotten, die hiermee het onderbeen in verschillende compartimenten onderverdeeld. Bij een grote inspanning kunnen spieren in een compartiment als gevolg van enige zwelling te strak in hun kapsel komen te zitten. Daardoor kunnen er problemen ontstaan met de doorbloeding en de zenuwvoorziening. Het is een klacht die vaak geleidelijk ontstaat, maar voor veel ongemak zorgt. De blessure komt vooral voor bij schaatsers. Bij ongevallen kan er een bloeding ontstaan in één van de compartimenten. Hierdoor wordt de druk in de spier zo hoog dat er geen bloed meer de spier in kan. Dit is een acute situatie, waarbij ook direct operatief ingegrepen moet worden om blijvende schade zoals zenuwschade en afwijkende stand van de voet en spierschade te voorkomen.

Bij een chronisch compartimentsyndroom betreft het een pijn aan de voorzijde van het onderbeen, meestal aan de buitenzijde, die vaak ontstaat na enige tijd sporten, of intensiever gaan sporten. De pijn kan in verschillende gradaties aanwezig zijn; van lichte klachten tot dusdanig ernstig dat u niet meer door kan sporten. Zodra u stopt met sporten, zal de pijn (redelijk) snel verdwijnen. Echter, na het hervatten treedt de pijn snel weer op. Naast de pijnklachten kan het zijn dat u tintelingen voelt, of een doof gevoel in de voet. Soms is het zelfs moeilijker om de voet op te tillen.
De sportarts zal eerst het onderbeen zelf onderzoeken, maar natuurlijk ook letten op de houding, standsafwijkingen en beweeglijkheid van de gewrichten. Mocht er naar aanleiding van uw verhaal en het lichamelijk onderzoek een aanwijzing zijn voor een compartimentsyndroom, zal een afspraak gemaakt worden voor een zogenaamde drukmeting. Tijdens een drukmeting wordt de druk in het aangedane compartiment gemeten. Hierbij wordt eerst de huid ontsmet en wordt de huid verdoofd. Hierna wordt een naald, waarmee we de druk kunnen meten, door de huid en het spierkapsel tot in het spiercompartiment geprikt en de druk gemeten.. Door vervolgens wat vocht in te spuiten kan de druk gemeten worden. Hierna zullen we u vragen om op de loopband (of op een andere manier waarop bij u de klachten optreden) te lopen totdat de klachten optreden. Vervolgens wordt nogmaals, op dezelfde manier als hierboven beschreven, de druk in het compartiment gemeten. Wanneer de druk te hoog is, is er sprake van een chronisch compartimentssyndroom.
In het geval van een chronisch compartimentsyndroom zal in eerste instantie middels oefeningen (rekkings- en spierversterkende oefeningen) en een aangepast trainingsprogramma door kunnen trainen. Hierbij dienen achterliggende oorzaken, zoals een standsafwijking en verkeerde techniek, natuurlijk ook behandeld te worden. Mocht u echter klachten blijven houden, dan verwijzen wij u door naar de orthopedie. De orthopeed kan is het mogelijk om middelsmet een operatie het kapsel rondom de spier open te maken. Deze ingreep gebeurt meestal in dagverpleging onder algehele narcose of met verdoving door middel van een ruggenprik. Via een kleine snee in de huid wordt het kapsel blootgelegd en in de lengterichting geopend. Na de operatie is het belangrijk het been snel weer te gaan gebruiken, omdat dit de kans op dichtgroeien van het spierkapsel kleiner maakt. Extreme inspanning echter is gedurende de eerste weken na de operatie af te raden.
Scheenbeenirritatie

Scheenbeenirritatie (ook wel shin-splints, beenvliesontsteking, springschenen of tibiaal stress syndroom genoemd) is een veel voorkomende overbelastingsblessure. Het is een irritatie van de overgang van het botvlies naar de pezen van de voetbuigspieren en kenmerkt zich door pijn en stijfheid.
De voornaamste klacht is pijn en wordt meestal aangegeven op het middelste en onderste derde deel van het scheenbeen. De pijn kan ook lager, tot aan de binnenenkel, en hoger tot aan de knie worden gevoeld. Vaak is er ook sprake van stijfheid en aanraking van het scheenbeen geeft veel pijn.
Scheenbeenirritatie wordt veroorzaakt door een overbelasting van de buigspieren van de voet en tenen. Deze spieren spelen een belangrijke rol bij de balans van het lichaam. De overbelasting wordt meestal veroorzaakt door een aantal factoren tegelijk. Denk hierbij aan in korte tijd te veel, te vaak en te snel lopen en springen. Maar ook verkeerd schoeisel, lopen op een te harde ondergrond, standafwijkingen van de voeten, onevenwichtige spieropbouw, spierverkortingen of gewoon aanleg.
De sportarts zal samen met u op zoek gaan naar de oorzaak van de klachten. Er zal hierbij gekeken worden naar uw houding, de stand van de knieën en voeten en de beweeglijkheid van de gewrichten. Ook zal er gekeken worden naar uw trainingsopbouw en trainingsschema. Mocht er sprake zijn van scheenbeenirritatie, dan zal er gestart worden met een aantal rekoefeningen en spierversterkende oefeningen voor het onderbeen. Tevens zullen er eventuele aanpassingen nodig zijn aan de schoenen of aan het trainingsschema.
Kuitkrampen
Wanneer er veel van het lichaam gevraagd wordt, is plotseling kramp mogelijk. Krampen zijn pijnlijke, onvrijwillige samentrekkingen van de spier. Er zijn meerdere oorzaken van kuitkrampen. De klachten kunnen een uiting zijn van een te grote belasting en rek van de kuitspieren, bijvoorbeeld door heuveltraining en sprinten. Daarnaast vraagt een harde ondergrond tijdens het hardlopen een extra demping door de kuitspieren. Ook is het zo dat bij warme weersomstandigheden, waarbij er door veel zweten en onvoldoende drinken een vochttekort in het lichaam kan ontstaan, de kans op kramp toeneemt. Een verstoring in de mineraalhuishouding, waarbij ook een magnesiumtekort een rol speelt, kan tot kramp leiden.
Het voorkomen van spierkrampen is niet altijd mogelijk. Wel is het belangrijk om te zorgen voor een goede warming-up en cooling-down, rekken van de spieren en een goede houding. Soms kan het helpen om tabletten te nemen die de hoeveelheid mineralen in uw lichaam aanvullen.
Vragen over de sport? De sportarts helpt u verder.

