Liesklachten
Pijn in de liesstreek is een vaak voorkomend probleem waar veel sporters mee te kampen hebben. Ze komen vooral voor in sporten met veel explosieve bewegingen, draaimomenten en tempowisselingen zoals voetbal.
Klachten van de lies kunnen ontstaan door een blessure van de aanvoerende spiergroepen, maar ook door afwijkingen in het gewricht van de heup.
Spierblessure lies

Liesklachten kunnen optreden door een blessure van de aanvoerende spiergroepen, maar ook door een liesbreuk of door een scheuring van een van de spieren in de liesregio. Meestal gaat het om een chronische blessure aan de binnenkant van de lies, waar zich de aanhechting van een aantal spiergroepen bevinden.
De spiergroepen die vaak de oorzaak zijn van de klachten zijn:
- de spieren die het been naar binnen bewegen (adductoren)
- de spieren die de heup buigen (iliopsoas en rectus femoris)
- de rechte en schuine buikspieren
Een chronische liesblessure ontstaat meestal door overbelasting. Vaak door eenzijdige bewegingen, te veel belasten, te zwaar en langdurig belasten en regelmatig wegglijden bij een zijwaartse beweging. Vaak is er sprake van pijnklachten als u begint met sporten. De pijn neemt af na de warming-up en komt dan weer opzetten na afloop van het sporten. Het is mogelijk dat er uitstraling van de pijn is naar het bovenbeen of naar de onderbuik.
Het is van belang om geen volledige rust te nemen. Zou u dit doen, dan zult u direct na het herstarten van de sport wederom de liesklachten ervaren. Zorg er dus voor dat u in beweging blijft. Van belang is dat u in eerste instantie alleen die bewegingen maakt waarbij u geen klachten heeft. De (sport)arts of (sport)fysiotherapeut kan u helpen met het opstellen van een gedoseerd trainingsprogramma. Daarnaast kan de sportarts samen met u proberen om de oorzaak van de klachten te achterhalen. Er spelen een aantal factoren een rol. Mogelijk is er bij u sprake van onvoldoende lenigheid, onvoldoende kracht van de buik- en rugspieren, een beenlengteverschil of heupafwijkingen. Het rekken van de spieren in de lies en het versterken van de buik- en rugspieren maken deel uit van de behandeling. In een later stadium komen het opbouwen van kracht en sportspecifieke oefeningen aan de orde.
Heupslijtage (heupartrose)
Uw heup bestaat uit een heupkom (acetabulum) en een heupkop (caput femoris of femurkop). Op de heupkop zit een laagje kraakbeen. Wanneer dit laagje kraakbeen verandert en dunner wordt, is er sprake van slijtage in de heup. Het kraakbeen is dunner en vaak onregelmatig. De slijtage in de heup kan aangeboren zijn, bijvoorbeeld bij een heupdysplasie, waarbij de heupkom niet diep genoeg is terwijl de heupkop normaal is. Vaak is het een gevolg van het ouder worden van het gewricht en dus verminderde sterkte van het kraakbeen.

U kunt klachten hebben van pijn in de lies, vaak met een bewegingsbeperking en soms ook crepitaties, krakende geluiden bij het bewegen en ochtendstijfheid. Bij het vermoeden op slijtage van de heup zal de (sport)arts een foto van de heupen aanvragen, waarop slijtage gezien kan worden.
De slijtage zelf is niet te genezen. Het is wel van belang om in beweging te blijven. "Rust roest". Voorkom overbelasting van het gewricht en zorg voor een gezond gewicht. Soms kan het helpen om tabletten met glucosamine te slikken. Glucosamine is de belangrijkste stof die deel uitmaakt van kraakbeen en ondersteunt het behoud van het kraakbeen en het vocht rondom in het gewricht. Wanneer de heupartrose uw heupgewricht dusdanig heeft aangetast, dat deze te versleten is, is het verstandig om delen van het heupgewricht te laten vervangen door een heupprothese dit bestaat uit een heupkop en een komdeel. Om hierover te beslissen kunnen we u doorverwijzen naar de orthopedie, alwaar de orthopeed, samen met u, zal beoordelen of dit noodzakelijk is.
Labrumletsel
Het labrum is een kraakbenige ring van ongeveer drie tot vijf millimeter breed die aan de rand van de heupkom vast zit. Het labrum heeft diverse functies zoals het 'afsluiten' van de heup, zodat er een soort vacuüm in de heup ontstaat wat voor extra stabiliteit van de heup zorgt. Letsels van deze kraakbeenring kunnen worden veroorzaakt door een ongeval van de heup zoals bij een val op de zijkant van de heup, maar ook door specifieke sporten (voetbal, vechtsporten) of vormafwijkingen van de heupkop of -kom. Letsels van het labrum geven pijnklachten, met name bij bepaalde bewegingen zoals voorovergebogen zitten en draaibewegingen.
Een labrumscheur kan ook veroorzaakt worden door onderliggend femoro-acetabulair impingement, oftewel een inklemming van het labrum tussen de kop en de kom van de heup . Dit laatste is een frequente oorzaak van heuppijn bij jonge sportieve mensen. Er zijn twee types van impingementlijden: cam impingement en pincer impingement. Meestal is er sprake van een gecombineerd lijden. Bij cam impingement is de bol van de heup niet volledig rond, waardoor bij het plooien en draaien van de heup het kraakbeen van de kom beschadigd wordt. Bij een pincer impingement steekt de kom te ver uit (de kom is te diep) waardoor bij het draaien van de heupkop deze tegen de rand van de kom aan komt. Omdat het labrum vastzit op de rand van de kom, kan dit dus ook beschadigd raken.

De behandeling bestaat uit een chirurgische correctie. Bij cam impingement wordt de kop mooi rond gemaakt. Bij pincer impingement wordt een stukje van de kom verwijderd en wordt vervolgens het labrum terug aan de kom gehecht.
Mocht een labrumscheur acuut zijn ontstaan zoals na een val op de heup is het soms noodzakelijk om u naar de orthopedie te verwijzen. Een kijkoperatie van de heup is vaak aangewezen om u van uw pijn af te helpen. De scheur/flap van het labrum kan dan worden weggenomen. Soms is het zelfs mogelijk het labrum te hechten.
Coxitis fugax
Coxitis fugas is een heupirritatie die veel voorkomt bij kinderen. Er is sprake van een ontsteking van het heupgewricht die gepaard gaat met pijn en mank lopen. Vaak zijn er geen verdere verschijnselen van ontsteking te vinden en ook in het bloed en op röntgenfoto's worden geen afwijkingen gevonden. De klachten verdwijnen binnen enkele weken en er is geen blijvende schade. De diagnose is echter slechts achteraf met zekerheid te stellen, namelijk als na enkele weken de klachten weer zijn verdwenen. De behandeling bestaat uit bedrust totdat de pijn en de bewegingsbeperking zijn verdwenen. Daarna moet het bewegen langzaam weer opgebouwd worden tot het normale niveau van bewegen.
Ziekte van Perthes
Ook de ziekte van Perthes komt voor bij jonge kinderen tussen de 3 en 12 jaar, meestal tussen het 5e en 7e jaar en vier keer vaker bij jongens. Het kind loopt mank en geeft pijn in de lies, het bovenbeen of in de knie aan, met een bewegingsbeperking. Dit alles is het gevolg van een gestoorde bloedvoorziening van de heupkop. De vorm van de heupkop kan hierdoor aangedaan zijn. Bij de behandeling van de ziekte van Perthes gaat het erom, dat de kop niet buiten de kom komt door de verandering aan de vorm van de heupkop. In het begin, wanneer de heup nog duidelijk geprikkeld is, zal de behandeling bestaan uit kortdurende bedrust of voorkomen dat de heup belast wordt. Daarna volgt een periode waarin de klachten minder zijn, maar waarbij het ziekteproces nog in volle gang is. De ernst kan sterk per patiënt verschillen en dus is ook de behandeling verschillend. In veel gevallen is alleen het controleren van de heupen middels röntgenfoto's noodzakelijk. Soms is het nodig dat door middel van gips of een speciale broek de kop in de kom wordt geplaatst. Mocht dit alles niet voldoende zijn, dan kan een operatie worden overwogen.
Vragen over de sport? De sportarts helpt u verder.

