Knieklachten
De knie

Het kniegewricht wordt gevormd door drie botten en kan buigen, strekken en er zijn draaiingen mogelijk. De botten die de knie vormen zijn het dijbeen (het bovenbeen), het scheenbeen (de tibia) en de knieschijf (de patella). Daar waar de botten elkaar raken, zijn ze bekleed met kraakbeen, wat zorgt voor bescherming ter plaatse. Kraakbeen is echter wel gevoelig voor beschadiging. Tussen dijbeen en scheenbeen bevinden zich nog twee schokdempers, de meniscus aan de binnenzijde en de meniscus aan de buitenzijde van de knie. De botten worden op hun plaats gehouden door het gewrichtskapsel en door verschillende banden in en rond de knie. Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zitten de zogenaamde collaterale banden, en binnenin de knie zitten de kruisbanden. Het kapsel en de banden zorgen ervoor dat de knie in de juiste stand blijft staan, en dat de bewegingen van de knie binnen bepaalde grenzen blijven, natuurlijk in combinatie met de omliggende spieren.
Bij veel sporten, en met name bij contactsporten, loopt men de kans om een knieblessure te krijgen. Een ogenschijnlijk simpele verdraaiing kan iemand maanden last geven. Afhankelijk van het traumamechanisme en de kracht waarmee dit gebeurt, kunnen banden en/of menisci scheuren. Bij een letsel in de knie kan de knie ook dik worden.
- Scheur voorste kruisband
- Meniscusscheur
- Slijtage van de knie/ knieartrose
- Tractus iliotibialis frictiesyndroom/ lopersknie
- Patellapeesirritatie/ jumpers knee
Scheur voorste kruisband
Door een plotse verdraaiing van de knie kan de voorste kruisband scheuren. Omdat tijdens het scheuren van de kruisband ook kleine bloedvaatjes scheuren, loopt de knie binnen een half uur vol met vocht. De knie wordt dus snel dik, en u heeft moeite met het bewegen van de knie. De knie is instabiel, dat wil zeggen dat het voelt alsof u door de knie heen zakt.
Een gescheurde voorste kruisband zal nooit meer vastgroeien. De knie zal dus altijd speling overhouden. De speling kan in 80% van de gevallen worden opgevangen door spieren rondom de knie, waarvoor echter uitgebreid getraind moet worden onder begeleiding van een fysiotherapeut. Terugkomen op het oude sportniveau is vaak niet mogelijk. Een mogelijkheid is een operatie, waarbij een nieuwe kruisband in de knie wordt gemaakt.
Meer hierover vindt u in de folder acute knieblessure en de folder voorste kruisbandreconstructie.
Meniscusscheur
Als u uw knie verdraaid is de kans op een meniscusscheur ook aanwezig. Hierbij wordt de knie wel dik, maar vaak merkt u dit pas de volgende dag. De knie blijft vaak wat dik, en na veel bewegen zult u merken dat er meer vocht in de knie komt. Het kan zijn dat u voelt dat de knie hapert, alsof er iets tussen zit, waarbij u soms iets voelt knoepen of verschieten. Vaak is het niet mogelijk om op uw hurken te zitten.
Meestal is er sprake van een scheur in de binnenmeniscus, de mediale meniscus. Een kleine beschadiging van de meniscus kan zich, ook afhankelijk van de locatie, vanzelf herstellen, maar bij een grotere scheur waar u veel last van heeft, zal operatief ingrijpen noodzakelijk zijn. Middels een kijkoperatie kan in de knie gekeken worden en direct de meniscus behandeld worden.
Meer informatie hierover vindt u in de folder acute knieblessure en de folder kijkoperatie van de knie.
Slijtage van de knie/ knieartrose
De botten in uw knie zijn bekleed met kraakbeen. Wanneer dit kraakbeen van het gewrichtsoppervlak beschadigd raakt is er sprake van slijtage, wat ook wel artrose wordt genoemd. Dit kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een ongeval waarbij er sprake is van een botbreuk die in het kraakbeen doorloopt, of wanneer er een meniscus is weggehaald. Slijtage kan ook optreden na een infectie in de knie.
Slijtage van de knie veroorzaakt pijn. De pijn treedt op bij het lopen, traplopen en lang staan. Er is daarnaast ook sprake van ochtendstijfheid, ook wel startpijn genoemd. De klachten zijn hierbij het hevigst 's ochtends, bij het begin van beweging. Na een minuut of tien in beweging te zijn geweest worden de pijnklachten dan weer minder. Van belang is om een zo actief mogelijk leven te blijven leiden. Gedoseerd gelijkmatig bewegen is belangrijk, probeer overbelasting te vermijden zoals overgewicht en overmatig sport. Fysiotherapie kan u helpen om acute momenten van verergering te verhelpen en u te instrueren met betrekking tot goede beweging en oefeningen. Medicijnen die gegeven kunnen worden zijn vooral de ontstekingsremmers, NSAID's, en een injectie met pijnstilling en corticosteroïden in het gewricht. Mocht dit alles onvoldoende werken, dan is de volgende stap een operatieve behandeling. Van het schoonmaken van het gewricht tot het plaatsen van een knieprothese.
Meer hierover leest u op de site van de orthopedie van het CWZ
Tractus iliotibialis frictiesyndroom/ Lopersknie

Het tractus iliotibialis frictie syndroom, ook wel lopersknie of runners knee genoemd, is de meest voorkomende oorzaak van pijn aan de buitenzijde van de knie bij hardlopers. Het kan echter ook voorkomen bij fietsers, die ook telkens een herhaalde beweging maken met de knie.
Het ontstaat door terugkerende irritatie en wrijving van de tractus iliotibialis over de knobbel (epicondyl) aan de buitenzijde boven de knie. De tractus iliotibialis is de peesvoortzetting van de tensor fascia lata die vanaf de zijkant van de heup onder naar de knie loopt. De band verschuift naar voren over het epicondyl van het bovenbeen bij kniestrekking, en verschuift naar achteren bij kniebuiging. Net na de voetlanding, bij ongeveer 30graden kniebuiging, is er precies een frictiemoment van de band over de epicondyl.
Oorzaken
Het tractus iliotibialis frictiesyndroom is een overbelastingssyndroom. Onderliggende factoren die kunnen bijdragen hiervan zijn zowel intrinsieke als extrinsieke factoren.
Denk bij intrinsieke factoren aan:
- zogenaamde O-benen, waarbij de tractus meer op spanning staat
- holvoet, waarbij de stuggere voet minder schokken op kan vangen en de knie dus meer belast wordt
- overpronatie van de enkel, waarbij de tractus wordt strak getrokken als deze over de knie glijdt
- een beenlengteverschil waarbij het bekken inzakt en de tractus strakker wordt aangetrokken,
- een verkorte tensor fascia lata, de heupspier, kan de tractus te veel spannen.
Extrinsieke factoren zijn:
- verkeerd schoeisel. Bij te hard en te stug schoeisel wordt de afwikkeling in de enkel beperkt waardoor iemand O-benen krijgt tijdens het lopen, en er is sprake van te weinig schokdemping. Ook bij overpronatie die niet door het juiste schoeisel wordt opgeheven, komt de tractus op spanning te staan
- het altijd aan dezelfde kant van de weg lopen, aangezien de weg daar net iets afgerond loopt en er dus meer spanning op de tractus komt te staan
- een te snel opgevoerd loopschema
- het verkeerd afgesteld staan van de fiets
Symptomen

Er is sprake van pijn aan de buitenzijde van de knie, met soms ook zwelling ter plaatse. De pijn kan doortrekken naar de bovenzijde van het onderbeen tijdens het lopen. Het begint met een lichte irritatie tijdens het hardlopen, en wordt steeds erger tijdens het toenemen van de loopafstand. Kenmerkend is ook de pijn die optreedt bij het trap af lopen.
Behandeling
Van belang is om de oorzaak van de klacht te achterhalen, om zo een goede behandeling te starten. Deze zal voornamelijk uit oefeningen bestaan. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan rekoefeningen van de peesplaat en bilspieren, versterken van de rompspieren en opheffen bewegingsbeperkingen in de lage rug of de enkel. Daarnaast zal er een aangepast trainingsschema gevolgd moeten worden. Ook een analyse van de stand van de voeten en het looppatroon en eventueel het gebruik van inlegzooltjes of ander schoeisel kan tot verbetering van de klachten leiden.
Patellapeestendinose/ Jumpers knee

De springersknie of jumpers knee is een veel voorkomende sportblessure bij onder andere tennis, badminton en basketbal. Het is een overbelastingblessure, waarbij de knieschijfpees bij de aanhechting aan de onderkant van de knieschijf geïrriteerd is. De pees is actief bij het afzetten voor een sprong, maar ook juist bij het landen uit een sprong is de pees van belang.
Oorzaken
De jumpers knee is een typische overbelastingsblessure. De overbelasting ontstaat doordat de belasting hoger is dan de belastbaarheid van de knie. Een te hoge belasting zie je bij te moeilijke en te zware oefeningen, of bij te veel herhalingen van bewegingen of verkeerde manier van landen uit een sprong. Een verminderde belastbaarheid kan ontstaan door onvoldoende kracht en coördinatie in de bovenbeenspieren, een afwijkende stand van het been, de knie of de voet en afwijkingen in de functie van de knie of voet.
Symptomen
Er is pijn aan de onderkant van de knieschijf, die erger wordt zodra je erop drukt. Ook is er meer pijn bij het aanspannen van de bovenbeenspieren. Na het sporten kun je last hebben van pijn en stijfheid in de knie.
Behandeling

Van belang is om de oorzaak te achterhalen. Mogelijk is er sprake van een te zware trainingsbelasting, of een wijziging in training, of is er sprake van een verkeerde techniek bij bijvoorbeeld de landing uit een sprong. Daarnaast kan de oorzaak ook liggen in stand en functie van knie en voet. Zogenaamde eccentrische oefeningen zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling. Hierbij wordt de spier aangespannen in een verlengde positie. De oefening wordt daarom uitgevoerd op een schuin aflopende helling. Zie hiervoor de figuur hiernaast.
Shockwave
Mocht u ondanks aanpassingen in intrinsieke en extrinsieke factoren, en de eccentrische oefeningen nog steeds klachten hebben van uw knieschijfpees, dan is een behandeling met shockwave te overwegen. Meer hierover vindt u in deze folder.
Vragen over de sport? De sportarts helpt u verder.

